Het tweede
participatieniveau is raadplegen. Hier zijn gebruikers mogelijke
gesprekspartners die mee mogen denken en praten. De zorgverlener bepaalt wel de
agenda van het gesprek en verbindt zich niet aan de resultaten van dit gesprek.
De gebruiker wordt dus enkel geconsulteerd. Raadplegen kan zowel individueel
als in groepsverband gebeuren.

Individuele raadpleging levert meestal een brede, globale
input op en geeft zo zicht op de voor de doelgroep belangrijkste thema’s. De
meest gebruikte vormen van individuele raadpleging zijn het
tevredenheidsonderzoek en de bevragingen naar kwaliteit van zorg. Meestal
gebeuren deze bevragingen aan de hand van vragenlijsten, al dan niet
ondersteund door een (bij voorkeur neutrale) vragensteller/interviewer.
Individuele raadpleging gebeurt ook steeds vaker digitaal. Deze zogenaamde
e-participatie heeft als voordeel dat sommige specifieke groepen, zoals mensen
met een psychische of fysieke beperking gemakkelijker kunnen participeren
vanuit een veilige setting. Bovendien blijkt ook dat jongeren gemakkelijker via
e-participatie bereikt en bereid gevonden worden.

Bij groepsraadpleging vinden er
bijeenkomsten met gebruikersgroepen plaats. Via gesprekken met de groep wil de
zorgverlener informatie verzamelen over wat er leeft en wat er nodig is. Gebruikers
identificeren knelpunten, geven suggesties voor verbetering en benoemen ook de
positieve punten.