Op de derde
trede van de participatieladder bevindt zich het adviseren. Hier stelt de
zorgverlener nog wel de agenda samen, maar kunnen ook de gebruikers hun
problemen aandragen en oplossingen formuleren. De zorgverlener houdt rekening
met de mening en de voorstellen van de cliënt, maar kan bij de uiteindelijke
besluitvorming hiervan wel (beargumenteerd) afwijken. Op dit niveau vind je
vooral de reguliere vormen van gebruikersparticipatie zoals
bewonersvergaderingen, gebruikersraden, adviesraden en overlegplatforms, waar
er een meer structurele wisselwerking
is tussen zorgverleners/beleidsmensen en de gebruiker. Een gemeenschappelijk
kenmerk van deze vergaderingen is dat er met de zorgverleners/beleidsmensen in
dialoog kan gegaan worden over de wensen, behoeften en verwachtingen van een
specifieke groep mensen en dat ze zo op die manier de collectieve
belangenbehartiging van deze groep waarborgen. Deze over het algemeen formele
vormen van gebruikersparticipatie veronderstellen dat zowel de ‘leiders van het
overleg’ als de deelnemers (de gebruikers) over de nodige vaardigheden
beschikken om deze vormen van participatie succesvol uit te voeren. Dit
betekent dat extra ondersteuning en
vorming
over onder andere gespreksvaardigheden en vergadertechnieken, zowel
voor de leiders als de deelnemers, vaak aangewezen zijn. Indien de gebruikers
immers niet voorbereid en ondersteund worden in hun rol en taken tijdens deze
overlegmomenten, is het gevaar bijzonder groot dat ze enkel passief aanwezig
zijn. Zorgverleners of beleidsmensen, die deze overlegmomenten leiden en
geconfronteerd worden met deze passieve gebruikers, kunnen deze passiviteit
negeren en overtuigd zijn dat de gebruikers toch participeren, hoewel er dan
sprake is van schijnparticipatie. De
kans is ook reëel dat de zorgverleners of beleidsmensen besluiten dat hun
doelgroep ‘niet in staat is om mee te adviseren’, waardoor deze overlegmomenten
uitdoven en verdwijnen en dit niveau van participatie niet meer nagestreefd
wordt. Het is dan ook belangrijk dat zorgverleners/beleidsmensen over de nodige
vaardigheden beschikken om alle deelnemers aan het overleg maximaal te laten
participeren.